Kerk Langweer

Zondag 1 maart 2020

Eerste zondag van de veertig dagen

Voorganger: Aart Veldhuizen

Organist: Jan Steven Wuite

 

Orgelspel

Mededelingen

Zingen: Lied 272

Bemoediging en groet

Zingen: Psalm 69 vers 1 en 4

 

We gaan ons voorbereiden op het Paasfeest. Velen vasten deze 40 dagen, onthouden zich deze weken van vlees eten, van alcohol drinken of snoepen. Het is een oud gebruik in de kerk: het komt uit de tijd van de catechese. De nieuwe geloofsleerlingen bereidden zich voor gedurende 40 dagen om met Pasen, meestal in de Paasnacht, hun geloof te belijden en zich te laten dopen. 40 dagen vasten op weg naar Pasen om je te bezinnen op de weg die Jezus ging.
Vasten voelt wat ongemakkelijk voor me. Want voor ons is vasten een luxe. We hebben namelijk zo ontzettend veel en kunnen kiezen uit tientallen soorten brood, om van beleg, koekjes, gebak en chocolaadjes nog maar te zwijgen. Hetzelfde geldt voor al die spullen. Tegelijkertijd is onze voetafdruk in dit welvarende werelddeel veel te groot. Toen ik gisteren een test op internet invulde, zag ik dat als iedereen zou leven als ik, er 2,6 aardes nodig zijn om iedereen te voeden. En dan eet ik nog niet eens vlees en vlieg ik praktisch nooit, anders waren er misschien wel 5 aardes nodig geweest. Waar het Paaslied over 40 dagen zal zingendat Gods goedheid te groot is voor het geluk alleen, zo is onze manier van leven een keer of 2, 3, 4, 5 te groot voor de aarde alleen. Het stemt me tot onrust en onbestemde gevoelens en latente gevoelens van falen. En dat is het vreemde: ik krijg de knop niet om. We krijgen met zijn allen de knop niet om. Af en toe beseffen we het ons even en gaan velen vasten. Prima, niks mis mee. Maar hoe het werkelijk moet, weet ik niet. En dat houdt me best bezig.
In de 40dagentijd bereiden we ons voor op het Paasfeest, het feest van bevrijding uit Egypte, van bevrijding uit de dood. Maar tegelijkertijd zitten we gevangen in onze manier van leven. Zijn we terug slaaf geworden van onze welvaart. Daarom is het niet verkeerd om je te bezinnen en om de zogenaamd ‘trage vragen’ te stellen, kritisch te kijken naar ons eigen aandeel in wat er gebeurt.
En er is nog iets anders. Tijdens het vasten besef je iets van de weg die Jezus is gegaan. Die zichzelf weg gaf, als voorbeeld voor ons.
Zo gaan we, vastend of niet, 40 dagen op weg naar Pasen.

 

Laat ons bidden.

 

Eeuwige God, de aarde lijkt zo groot, maar is zo klein. Een virus is in notime over alle landen verspreid, en de wereld lijkt te klein voor de manier waarop wij leven willen. Onderzoeken en milieurapportages verontrusten ons geregeld en op andere momenten zijn we er zat van en willen we ze niet meer horen. Wij bidden U: zet ons stil in deze periode voor Pasen. Help ons om in de spiegel te kijken, naar onze manier van leven, naar onze manier van zijn en wijs ons de weg in het spoor van Uw Zoon, Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Zingen: Lied 537 (voorgespeeld, ik vers 1)

In onze serie over de tekenen in het Johannesevangelie zijn we aangeland bij een verhaal waarover altijd veel te doen is. Want het is niet te geloven. Men vindt het volstrekt ongeloofwaardig dat iemand lopen kan over het water. Het gaat er vandaag niet om dat ik u ga vertellen dat het wel eenmaal echt gebeurd is. Maar het gaat er om dat het verhaal voor ons gaat leven. Dan wordt het hier en nu waar en daartoe zijn die verhalen ons gegeven.

Lezing: Johannes 6:16-21

Zingen: Lied 917

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Zo aan het begin van de 40 dagen voel ik wat weerstand. Ik vertelde daar net al wat van. En die weerstand heb ik ook met de lezing van vanmorgen als ik lees dat Jezus over het water loopt. Ik voel me meer aangesproken door die andere tekenen, bijvoorbeeld dat delen van brood en vis genoeg voor iedereen, of een genezingsverhaal, of het teken van het water dat wijn wordt opdat het feest van het leven op hoger en dieper plan mag worden voortgezet. Maar dat lopen over het water….
Het is nogal makkelijk als je over het water lopen kunt. Dan gaat al het gedoe in het leven aan je voorbij. Alle moeiten lijken je dan niet te raken.  Alles wat het leven bedreigt, het lijden, de zwaarte, de moeite, lijkt Jezus dan niks te doen, net zo min als alle grote vragen. Jezus wordt daarmee iemand ver buiten ons, iemand die ons vreemd is, een ander, een soort engel, ogenschijnlijk niet mens geworden maar gewoon God gebleven. Niet afgedaald tot in ons bestaan, maar hoog boven ons. Beseft hij dan niet dat wij leven in een wereld waar een virus toe kan slaan, waar de dood is en toe slaat?
Ik las de afgelopen week het nieuwe boek van Barbara van Beukering, ik schrijf er over in het Dorpsblad Langweer, waar ze eindredacteur van is. Haar boek, waarover veel te doen is, heet je kunt het maar één keer doen. Het gaat over het sterven. En het staat vol indrukwekkende interviews met mensen over hun overleden partner die worstelden met de boodschap dat ze niet lang meer te leven hadden. Ik las van de partner van Jos Brink, Frank Sanders, die vorige week vrijdag met Barbara ook op DWDD te zien was. Hij vertelde dat Jos Brink weliswaar een boekje geschreven had over stervensbegeleiding, maar dat Jos Brink zelf niet over zijn eigen ongeneeslijke ziekte praten kon. Lopen over het water blijkt zo makkelijk niet.
En ik voerde deze week twee lange gesprekken met iemand die een kind verloren had aan zelfdoding. Ik voelde de ontstellende zwaarte. Om de zin zei de ander, tweemaal drie kwartier lang, ‘ik ben zo moe’ en ‘waarom is mij dat overkomen’. Ik zat erbij en voelde hoe de ander in dat verdriet verzonken is, zichzelf is kwijtgeraakt, door het bestaan gezakt, zoals mensen van vlees en bloed in water wegzinken als hun boot lek is. Ik moest denken hoe ik ooit als kind van een bruggetje viel en nog niet kon zwemmen. Ik zag het water boven mijn hoofd sluiten, maar kon mezelf kon redden door me vast te houden aan een van de pijlen van het bruggetje.
Water, je zakt er in weg. Zoals in zoveel wat je overkomt. De zee in het bijbelverhaal, en in alle bijbelverhalen, staat voor datgene waarin je in verzinkt als mens. Maar Jezus loopt er zo maar over heen, hier en later na zijn opstanding nog een keer. Klakkeloos, zo lijkt het. Dóet het hem dan niks? Is dat dan waar we de komende 40 dagen aan moeten denken: dat het leed hem niets doet, dat hij er boven staat? Maar waar raakt dat dan aan mijn bestaan? Ooit leidde God zijn volk door het water van de Rode Zee. U weet wel, uit Egypte waar ze een slavenbestaan hadden, onderdrukt door de hartvochtige farao zonder naam. God maakte wel zijn naam bekend en gaf Mozes opdracht om het volk voor te gaan. En leidde hen zo dwars door de zee heen. Kan dat nu dan ook niet? Hebben we daar dan niet meer aan dan aan een Heer die over het water loopt?
In het Friesch Dagblad stond juist gisteren een artikel over de tentoonstelling Allemaal wonderen die in het Museum Catarijnenconvent in Utrecht te zien is. Je kunt daar onder andere luisteren naar het verhaal van Simone en Alexander die duikinstructeur waren in Thailand in de kerstdagen van 2004. Juist terwijl Simone onder water de cursisten begeleidde, vond de tsunami plaats. Simone merkte er onder water weinig van. Terug in de boot zag ze van alles voorbij drijven: stukken hout, koffers, maar ook mensen en zelfs een baby. Duikend onder water werd ze gespaard van de tsunami, net als haar vriend Alexander. Diezelfde avond van de tsunami ontdekte Simone dat ze zwanger is. Wat een wonder, zo vertellen ze. Maar diezelfde tsunami kostte 230.000 slachtoffers. Aan hen ging het wonder blijkbaar voorbij. Jezus loopt over het water en zinkt er niet in weg, zoals ook de diepzeeduikende Simone niet verslonden wordt door het water tijdens de tsunami. Maar de anderen kwamen wel om zoals wij ook omkomen als we in volle zee uit de boot stappen.

Op die tentoonstelling allemaal wonderen in het Catharijnenconvent is een schilderij te zien, geschilderd door Bas Meerman. Het heet, Jesus First en u ziet er al een tijdje tegenaan te kijken. Het schilderij oogt als een trucje op het eerste gezicht, alsof de Jezus daar op een soort pilaar staat, waardoor zijn voeten precies het wateroppervlak raken. Natuurlijk slaat het op het verhaal dat we lazen. Daar staat dat hij over de zee naar hen toe wandelt. Hij was dus niet met ze mee gegaan. Daarnet had die wonderbare spijziging plaatsgevonden, een grote menigte, waaronder alleen al 5000 mannen, werd verzadigd van 5 broden en 2 vissen die Jezus voor hen deelde. Het maakte een enorme indruk. De menigte wilde Jezus met geweld meevoeren en hem koning maken, maar Hij trok zich terug in het gebergte, alleen. Zo’n koning wilde hij blijkbaar niet zijn, een koning die indruk maakte met wondertekenen en dan een wereldlijk gezag zou gaan voeren. Jezus trok zich terug in de bergen en toen zijn de leerlingen maar de boot in gegaan, de zee over, naar de overkant. Waarom ze dat doen, weet ik niet. Zijn ze ook teleurgesteld dat Jezus geen koning wilde zijn? Of zijn ze eerder bezorgd voor de plannen van de massa? Want als zij Jezus tot koning zouden uitroepen, zouden de Romeinen dat natuurlijk niet nemen. En toen zijn ze dus maar het schip in gegaan om naar de overkant te varen. Het vooruitkomen valt niet mee. De omstandigheden zijn ingewikkeld. Het is een heel geploeter in het leven. De wind is hard en tegen,
er moet geroeid worden en ze vorderen niet. En dan verschijnt Jezus aan hen, wandelend over het water naar hen toe. Wandelend, ook dat nog.
Opnieuw kijk ik naar het schilderij van Bas Meerman. Daar staat Jezus. Onder zijn voeten het water en zijn spiegelbeeld. Dat opent mijn blik wat. Hij gaat natuurlijk wel degelijk door de watermassa heen, alleen zakt hij er niet in weg. Hij wordt net als wij wel degelijk geconfronteerd met de virussen van deze wereld, met het lijden, met de dood, maar het krijgt hem blijkbaar niet in zijn greep. Hij zinkt er blijkbaar niet in weg en blijft overeind. Kan dat dus ook?

Later zal dat ook blijken in het Johannes-evangelie. Rond het verraad, de verloochening, de gevangenneming, de veroordeling, de kruisiging van Jezus,
blijft hij er boven staan. Het doet denken aan anderen die in sommige momenten van hun leven zich ook niet lieten wegzinken. Ik denk aan Titus Brandsma die we afgelopen jaar goed hebben leren kennen. Maar ook aan diverse mensen uit het boek van Barbara van Beukering die hun eigen dood eerlijk onder ogen durfden te zien en daar met elkaar over durfden te praten. Zulke mensen wonen er hier in Langweer trouwens ook. Er zijn er zelfs hier in de kerk vanmorgen. Dat heeft iets van wandelen over het water. Het lukt dan toch maar. Op sommige momenten lukt het ons blijkbaar om niet weg te zinken in wat ons overkomt. Maar hoe dan? En hoe kunnen we dat ook op andere momenten van ons leven? Kunnen wij ook nìet samenvallen met wat ons overkomt, nìet angstig worden van het coronavirus, nìet verlamd raken door een te grote ecologische voetafdruk, een te sterk stijgende zeespiegel, een ziekte of zelfs door een boodschap dat je niet lang meer te leven hebt? Hoe blijf je overeind dat je niet weg zinkt?

Ik kijk nog een keer naar het schilderij van Bas Meerdam. Daar staat Jezus, op het water. Hij zakt er niet in weg. En hij spreidt zijn armen uit en kijkt je aan. Zijn handen staan open. Het is een gebaar van: kom maar. Kom met je verdriet, met je angst, met je zorgen. Wij, in de ban van het Corona-gedoe, en in zoveel meer dingen die ons zo beetpakken zodat we er soms zomaar in wegzinken, wij worden uitgenodigd. Kom op, loop naar me toe. Je zinkt niet weg in het water.

Zo blijkt het komen van Jezus onder ons niet alleen een ethisch appèl te hebben, niet alleen een oproep om te delen en elkaar werkelijk lief te hebben. Daarnaast is er ook een existentieel appèl, een oproep tot vertrouwen, dat je geroepen wordt om hem zo na te volgen, dat je in wat je ook overkomt je nìet samenvalt met de rampen en bedreigingen die over je heen komen, maar dat er iets van ervaart dat je gedragen wordt, om – zoals zovelen in het boek van Barbara van Beukering - je eigen dood onder ogen te zien, en niet weg te zakken in een algehele panische angst.

Het hart bonst in ons lijf. Maar kijk: overboord gestapt of gevallen blijven we overeind. Het water draagt ons. Sterker nog: we zijn opeens niet meer halverwege de zee, maar we zijn er al, aan land gekomen. Zo leert hij ons van zijn weg. 40 dagen lang. Hij die niet wegzinkt in het water, maar het water draagt onder zijn voeten.

 

In de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

 

Zingen: Lied 91a

 

Gebed, waarbij we zingen: Lied 368d.

 

Laat ons bidden.

Eeuwige God,

Hier zijn wij, levend met onze eigen grote thema’s, de dingen die ons in beslag nemen en waar we op sommige momenten zomaar in weg lijken te zinken. Wij bidden U voor hen die hun einde voelen naderen. Voor hen die de dood onder ogen moeten zien of al eerder hebben gezien omdat een geliefde, een kind, hen ontkwam. Help ons om hen nabij te zijn zonder oordelen, present, om hen te omarmen zoals uw zoon dat zou doen. Zo bidden wij: Lied 368d

Wij dragen deze aarde aan U op. De planten, de dieren en de mensen. We leggen voor U neer dat we een te grote aanslag plegen op de schepping en kunnen daar zo moeilijk van terug. Help hen die technologische uitwegen zoeken, die voorstellen uitwerken en beslissingen nemen, zo bidden wij: Lied 368d

Wij leggen de onrust voor U neer die ontstaan is nu het coronavirus steeds meer om zich heen grijpt. Geef dat we niet in paniek raken en sta hen bij die ziek geworden zijn van dit virus, of een griep of andere virus die geen naam heeft gekregen of een andere nare ziekte. Neem onze angst van ons af en geef ons iets van dat vertrouwen dat uw zoon had. Die niet wegzonk, maar het water en de dood droeg onder zijn voeten. Zo bidden wij: Lied 368d.

 

Collecte

Zingen: Lied 536

Zegen

Orgelspel

 

Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK