Terug naar pagina 'Ga toch fietsen!' 

 

Aanleiding.

In het voorjaar van 2010 fietste ik met collega Ellert Jongstra naar Stralsund aan de Duitse Oostzeekust. Vooral deze tocht riep de honger naar fietsvakanties weer in me wakker. Terwijl de plannen groeien om in de zomer van 2011 naar de voet van de Pyreneeën te fietsen wilde ik dit najaar graag ook een tocht maken. Het werd een lang weekend, waarin ik meteen mijn Gazelle Medeo (2006) en mijzelf in het Limburgse Heuvelland wilde testen.

 

Donderdag 21 oktober: Sneek – Wapenveld, 106 km.

Om 8.15 uur vertrek ik vanuit huis, uitgezwaaid door Selma en de kinderen. Vanuit Sneek kies ik het fietspad langs de provinciale weg richting Joure. De tocht gaat langs Oppenhuizen. Het weer is dreigend. Er zitten buien in de lucht. Bij de Langweersterpoelen sla ik rechtsaf, richting Langweer langs het water. Juist als het fietspad onder de snelweg doorgaat, begint het te regenen. Het is koud. Ik besluit een tweede fietsbroek over mijn fietsbroek aan te trekken. Het lijkt lang te duren voordat de regenbui stopt, maar ik verkijk me. De ‘regen’ die ik alsmaar naar beneden zie storten, blijkt een afvoer van de afwatering van de snelweg te zijn. Zo stap ik weer op de fiets. De wind is koud, maar al fietsend word ik warm. Net voor de jachthaven van Langweer kies ik het fietspad dat linksaf buigt naar Scharsterbrug. Onbegrijpelijk dat hier geen LFroute of andere fietsroute langs loopt. Het is hier zo ontzettend mooi, maar bij toeristen nauwelijks bekend. Alsmaar fietspaadjes langs het water, dwars door de natuur heen. Voorbij Scharsterbrug vervolg ik het fietspad langs het water. Het fietspad gaat na enige tijd opnieuw onder een autoweg door en eindigt vlak bij het Tjeukemeer. Ik kies er voor om Noordoostelijk om het Tjeukemeer te gaan via fietspaadjes en binnenweggetjes. Er steken een stuk of 100 koeien over. De boer heeft de weg afgezet. We maken even een praatje. “Neem me niet kwalijk, ik zag u niet aankomen”.
“Ach, het hindert niet, ik heb tijd genoeg”.
“Ik hoop dat u niet al te ver meer moet, want er komen buien aan”.
“Nou, ik moet naar Maastricht”.
“Vandaag nog?”
We lachen. Even later fiets ik weer. Er barst een gigantische bui los. Ik ben net op tijd om mijn regenpak aan te doen. Net als onderweg naar Stralsund is het handig om een pet onder de capuchon van het regenpak op te zetten. Zo blijft de bril droog genoeg om van alles te kunnen zien. Door de stromende regen fiets ik verder. Voor Delfstrahuizen ga ik links af. Bij het water aangekomen buig ik links af. Het weggetje loopt uit op een fietspad dat op zijn beurt bij een prachtig fietspontje uit komt. Het is hier prachtig. Geen weg in de buurt, af en toe een bootje dat voorbij komt zetten. Ik begin druk te draaien om het pontje, dat aan de overkant ligt, naar mijn kant te krijgen. Daarna til ik mijn fiets aan boort en begin weer te draaien. Het is nog een hele klus en ik doe dan ook maar mijn regenpak uit. Halverwege het water klinkt er een dreun achter me. Mijn fiets is omgewaaid. De stuurtas wijst helemaal opzij. De beugel is verbogen. In de verte komt een bootje aan. Ik zet de fiets weer overeind en draai verder om met pont en al aan de overkant te komen. Daar bekijk ik de schade. De stuurtas wordt met beugel en al recht gezet. Ik zoek gereedschap op en zet het geheel weer vast. Goed dat ik gereedschap meegenomen heb. Even verder zie ik dat ook mijn stuur scheef staat, maar op de klassieke manier is die snel weer recht te zetten.
Na een behoorlijk oponthoud en met de nodige zweetdruppels fiets ik weer verder. Er komt nog meer nattigheid en wel uit de lucht. Toch maar weer het regenpak aan. De wind is sterk, maar nog altijd niet tegen. Bij Munnikeburen mis ik het prachtige fietspaadje achterlangs. Even verder heb ik het toch maar opgezocht. Het fietspaadje is prachtig, vooral nu in de herfst. Zo’n beetje om de 100 meter staat een bord met een gedicht langs het pad. Tot mijn schaamte moet ik me bekennen dat ik ze niet gelezen heb.
In Ossezijl passeer ik een fietswinkel. Ik stap af en koop een reserve binnenband. Met het oog op de tocht door de Veluwe van morgen, waarbij ik nauwelijks door dorpen zal gaan, lijkt het me handig om een reserve band bij me te hebben. Even later zit ik op de LF-route. Die loopt langs het water via een smal weggetje over tal van bruggetjes, prachtig.
Richting Blokzijl komt de wind steeds sterker opzetten. Hij draait meer naar het Westen en wordt daarmee steeds vervelender. Het begint ook weer te regenen. Ik kies ervoor om het regenpak nog maar even achterop te laten zitten. Het gevolg is wel dat ik kletsnat word. Zo rijd ik Blokzijl binnen en zit ik even later in een restaurantje. Warme chocolademelk en appeltaart. De kleren willen niet best drogen. Een tafeltje verder zitten drie mensen met veel poeha te luid te praten over hun dure jachten en over wat Mark Rutte eergisteren zei toen ze hem tegen kwamen. Wat willen mensen soms toch belangrijk doen.
Ik kies er vanwege de wind (kracht 6) en de kou voor om de LF-route wat te verlaten en langs de grote weg te fietsen naar Genemuiden. Daar vaar ik met de pont over en fiets ik over het prachtige smalle dijkje langs het Zwarte Water. Als ik Zwolle binnen rijd raak ik als altijd weer de weg kwijt. Blijkbaar is het erg moeilijk om er in een stad voor te zorgen dat er fatsoenlijke fietsbordjes staan.
Bij Hattem is een stuk weg afgesloten. Ik moet de stad door en dat is niet erg. Twee 12-jarigen met elk een sigaretje in de hand vragen me om een vuurtje.
“Nee, ik heb geen vuurtje voor je. Als je rookt word je niet ouder dan 50.
“Maar 50 is knap oud meneer”, is het antwoord. En dat tegen iemand die 47 jaar is.
Om 16.00 uur rijd ik Wapenveld binnen. Broer Gert en neef Vincent, die ook op fietsvakantie zijn en twee dagen geleden nog bij ons in Sneek logeerden, bleken een kwartiertje eerder te zijn aangekomen. De eerste 106 km zijn afgelegd. Ma zorgt voor lekker eten en we hebben veel plezier met elkaar. Op de grond in de studeerkamer slaap ik heerlijk en word ik uitgerust wakker voor de volgende dag.

 

Vrijdag 22 oktober: Wapenveld – Heilige Landstichting, 106 km.

Om 8.30 uur vertrek ik, uitgezwaaid door pa en ma, Gert en Vincent. Als eerste de Flipsberg op. Het is prachtig weer. De Zuidwester is in de bossen niet te voelen.
Ik moet toch veel zoeken. De LF-route loopt langs de IJssel, maar vanwege de harde wind ga ik dwars de Veluwe over waarbij ik gebruik maakt van knooppunten. De bordjes sluiten niet altijd op elkaar aan, vooral niet als je een tussenroute wil kiezen. Zo kom ik ongewild uiteindelijk toch in Apeldoorn uit, wat ik beslist niet van plan was. In Apeldoorn vind ik de fietsbordjes naar Hoenderloo. Onder Apeldoorn blijkt Park de Hoge Veluwe niet meer befietsbaar te zijn. In Hoenderloo lunch ik bij restaurant ‘Rust een weinig’. Terwijl ik er binnen loop, merk ik op dat ik hier een jaar geleden ook al eens gegeten heb.
De weg is mooi. Omdat Park de Hoge Veluwe niet meer befietsbaar is, fiets ik eerst naar het zuiden en later Oostwaarts op de Postbank af. Wat is het hier toch mooi! De klim naar de Postbank is de moeite waard, de afdaling is hier en daar zelfs even sensationeel en brengt me in vogelvlucht in het centrum van Arnhem. In Arnhem moet ik zoeken. Ook in die stad blijkt het een probleem om aansluitende fietsbordjes te plaatsen. De route van Arnhem naar Nijmegen is eindeloos met veel verkeer. Wat een kabaal veroorzaken die auto’s toch als je zo uit de Veluwe komt zetten. Als ik twee jonge dames inhaal, vragen ze me of ik ze op sleeptouw wil nemen. De wind is namelijk knap vervelend. Ik antwoord beslist dat ik al genoeg bij me heb en fiets door. Ik moet de Waal oversteken om in Nijmegen te komen. Dat doe ik via een pad dat aan de spoorbrug hangt. Het uitzicht op Nijmegen is geweldig! Als ik aan de overkant ben, ga ik eerst de stad in. Wat een mooie stad is dit. De Stevenskerk is open. Ik maak een praatje en kies even de stilte op. Heerlijk.
Vervolgens ga ik op zoek naar het overnachtingsadres in het dorp De Heilige Landstichting. Eindeloze verkeerslichten die telkens weer op rood springen als ik er aan kom. Met wat vragen kom ik in de goede richting. Het zoeken is lastig, maar mijn mobieltje komt me te hulp. Via google-maps weet ik precies hoe ik rijden moet. Het adres blijkt een prachtige villa te zijn met een toegangshek. Ik druk op de bel en via de intercom stel ik me voor. Een vrouw komt naar buiten. Op afstand opent ze het hek en ik loop het terrein op. Naast het prachtige huis staat een houten huisje dat mijn plek is. Het is mooi en van alle gemakken voorzien, maar wel stoffig. Mijn neus speelt op en ik neem extra medicijnen in uit voorzorg. Vervolgens neem ik een douche en stap dan op de fiets naar Hotel Restaurant de Sionshof. Daar eet ik heerlijk van een vegetarische schotel die me blijft verbazen.
Om half acht ben ik weer terug. Ik zet gezellig de radio aan, werk het logboek bij en regel overnachtingsadressen voor de komende dagen. Dan zet ik de wekker op 7.15 uur, want morgen om acht uur verwachten ze me voor het ontbijt.
De route vandaag was net als gisteren 106 km, afgezien van het ritje naar het restaurant.

 

Zaterdag 23 oktober, Heilige Landstichting – Tegelen, 93 km.

Ik slaap erg vroeg in. Later word ik wakker en ga ik uit bed om de radio uit te zetten. Volstrekte rust en aardedonker, heerlijk. Vanaf 4.00 uur volgen nog een paar hazeslaapjes. Om 7 uur sta ik op en kleed ik me warm aan. Om 8.00 uur bel ik aan bij de villa. De heer des huizes geeft me een plekje in de keuken waar een heerlijk ontbijt staat. De villa blijkt het vroegere huis van de Ster van Bethlehem te zijn van het Bijbels Museum. De gastheer vindt het jammer dat het Bijbels Museum nu Oriëntalis gaat worden, zwaar gesponsord vanuit het Midden Oosten. Ze zouden komend jaar open gaan, maar de gastheer heeft van verbouwen nog niets gemerkt. Hij moet van het ‘multiculti’ niets hebben, zo blijkt wel.
Met een goed gevulde maag stap ik op de fiets. Het is erg koud. Opnieuw trek ik een tweede fietsbroek over de eerste heen. Het fietsen gaat vlot via een erg mooie route en tot 13.00 uur zal het droog blijven. De route gaat erg vaak binnendoor en is aanvankelijk behoorlijk geaccidenteerd. Later wordt de route vlak. Het is koud. Ik trek een extra bodywarmer onder mijn jas aan.
Om 12.30 uur eet ik in restaurant ‘tante Lot’ aan het pontje bij Blitterswijk een heerlijke omelet. Daar luister ik vermakelijk naar het gekeuvel van een moeder die overdreven kinderlijk en overdreven hieperdepiep met haar zoontje praat die niks wil.
Als ik even later weer verder fiets, begint het te regenen. Het regenpak gaat aan. Het veroorzaakt dat ik het eindelijk lekker warm krijg en ik houd het de rest van de dag dan ook maar aan. De LF-route kronkelt langs de Maas door de Maasduinen met telkens een pontje. Het is een prachtige route.
In Venlo kom ik vrij vroeg aan en ik ga even het centrum in. Op het carillon boven de kerk wordt een fantastisch beiaardconcert gegeven. Erg leuk is dat de beiaardier in de kerk op een groot scherm aan het werk te zien is. Ik koop wat broodjes en stap dan weer op de fiets. Omdat ik naar Tegelen moet, wijk ik van de LF3-route af en fiets richting Tegelen. Het valt niet mee om Venlo via de goede kant uit te fietsen. Ik vraag de weg aan een vrouw die uit een raam hangt. Ze wijst me hoe ik moet rijden. Als ik wegrijd, valt me op dat het huis waaruit ze leunde een bordeel is. Hoe dan ook, ze wijst me wel de goede kant op en zo heeft ze tenminste toch nog een klant kunnen helpen.

In een AH doe ik nog wat inkopen voor de volgende dag. Google maps wijst me weer de weg naar het overnachtingsadres.
Als ik voor het huis sta waar ik moet zijn, zie ik roze ballonnen aan het hek en een groot bord dat Isis is geboren. Ben ik hier wel goed? Moet ik inderdaad bij mensen overnachten waar net een dochtertje is geboren. Ja dus. Ik bel aan. De moeder doet open en ik feliciteer haar en stel me daarna voor. Het is prachtig. Ik verblijf in een aparte vleugel met zithoek, twee bedden en een keuken. Wc en badkamer zijn om de hoek. Het geheel hangt vol kunst uit Haïti en Afrika en het is prachtig verbouwd en ingericht. Wat een heerlijkheid! Deze Bed and Breakfast kan ik iedereen aanbevelen, zowel qua uitstraling, luxe/comfort als qua gastvrijheid. Kijk dus even op 'Villa Wambacherbos'.
Naast het huis staat een Brasserie waar ik wil gaan eten. Er wordt daar volop gerookt. Ik mopper wat tegen het meisje achter de bar en vertrek weer. Vervolgens rijd ik naar het Oosten. Binnen 200 meter ben ik in Duitsland. Ik kom uit in Kaldenkirchen en vind daar een pizzeria. Alle tafels zijn gereserveerd, maar het is toch heel rustig. Ik eet er bijna gratis mijn buik rond. De tomatensoep is erg pittig en dik, alsof er gewoon een fles bolognaisesaus is opgewarmd. Toch wel lekker en goed om warm te worden. De spaghetti was eigenlijk niet te eten, maar vooruit. Door de koolhydraten rijd ik morgen vast weer als een speer.
Dan keer ik weer terug naar het geriefelijke onderkomen. De tocht was prachtig vandaag, maar wel zwaar. De wind was ZZW, kracht 5. Morgen wordt het iets beter. Afgezien van het uitstapje naar Duitsland voor het hapje eten, heb ik 93 km afgelegd.

 

Zondag 24 oktober 2010, Tegelen – Maastricht, 114 km.

Heerlijk ontbeten en onderwijl gepraat met Oscar. Ze zijn op wereldreis door Afrika geweest en toen ze terugkwamen zijn ze hier een B&B gestart. 'Villa Wambacherbos'. Oscar vertelt een genuanceerd verhaal over leed daar aan de ene kant en aan de andere kant of financiële hulp daar wel zo wenselijk is. Een plezierig contact. Dit is zeker een adres om weer terug te komen. Er zijn nog twee gasten in huis, twee andere gasten zouden gisteravond laat aankomen, maar zijn niet op komen dagen.
Om 9.15 uur vertrek ik. Het is wat minder fris. Ik doe geen tweede fietsbroek aan, ook niet omdat het dikke pakket tussen mijn benen toch wat irritatie heeft veroorzaakt. Reden was dat ik niet mijn lange thermo onderbroek aan wilde doen, maar toch een koud kruis kreeg. Dan moet je toch wat. Vandaag is dat in elk geval niet nodig. Het voelt goed aan.
Voorlopig blijf ik aan de linkeroever van de Maas en fiets prachtig door het bos. Het begint wat te druppelen, maar niet noemenswaardig en het regenpak blijft achterop de fiets. Gisteren heb ik wat meer ingeslagen, zodat ik vandaag niet hoef te stoppen in een restaurant. Dit omdat er een harde wind vanuit het Zuiden is voorspeld en het toch nog wel een heel eind is. Doorrijden dus. Het is ontzettend mooi. Ik geniet van Maasbracht en later van Elsloo. Onderweg valt mijn oog steeds meer op de Jezus- en Mariabeelden. Voor één zo’n Maria-kapel heb ik bewust een tijdje stilgestaan. Onwillekeurig gingen mijn gedachten naar de dankdag. Ik heb nooit zoveel met dankdag, maar ik kan me toch voorstellen dat mensen op zo’n plek wat vruchten neer gaan leggen. Bijster Reformatorisch zijn die gedachten overigens niet. Ik moet ook denken aan Jean Jacques Suurmondt, die het in zijn columns in Trouw geregeld heeft over zijn buurman die altijd op de hangplek buiten is.
Verderop rijd ik een kwartiertje met een Limburger op. Hij begon er over dat hij vanmorgen naar de kerk is geweest. Dat hij vaak naar de kerk gaat op zondagmorgen, om zoals hij zegt de moeder Gods te aanbidden. Een opmerking die mij tot denken zet en daardoor hoor ik haast niet dat de man me wil vertellen dat tijdens zo’n kerkbezoek onlangs zijn fiets gestolen was. Op een regenbui na, waarop mijn pak toch weer even aan moet, is het mooi weer, soms zelfs bijna warm. Van de wind heb ik steeds minder last. Het is weer net als in het voorjaar met de tocht naar Stralsund: elke dag word ik sterker en rijd ik makkelijker.
Net voor Itteren raak ik de weg kwijt. De bordjes LF3 staan verkeerd en brengen me naar het einde van een doodlopende weg. Slordig toch. Na enig zoeken vind ik de route verderop toch weer en fiets ik via Itteren en Borgharen langs de Maas. Ze zijn hier volop bezig om de dorpen meer bescherming te geven tegen het wassende water. Er worden hele kanalen gegraven en opvang’kuilen’ om bij hoogwater water af te kunnen voeren. De weg is omgelegd en hier staan de LF3-bordjes zomaar goed.
Om 16.15 uur rijd ik Maastricht binnen. Ik zoek het VVV-kantoor op voor de Mergellandroute. Ik las op internet dat die niet goed is uitgezet en wilde daarom een kaart halen. Alles was echter gesloten en zo hoort het eigenlijk ook. Maar het komt me even niet goed uit. Op het Vrijthof bel ik naar huis en krijg ik Henk aan de lijn. Ik doe hem de groeten van André Rieu.
Op weg naar het overnachtingsadres, waar ik twee nachten zal blijven, eet ik wat bij een snackbar. De tomatensoep die ik krijg is verschrikkelijk, maar door de honger eet ik de grote hompen vlees als vegetariër toch maar op. De pizza daarna kan er mee door. Tegen 19.00 uur heb ik het overnachtingsadres gevonden. Op mijn kamer douche ik en maak ik alles klaar voor de tocht door de heuvels van morgen. Een prachtige dag gehad en ongeveer 114 km heerlijk gereden.

 

Maandag 25 oktober, de ronde van het Mergelland, 87 km.

Goed geslapen en heerlijk gedroomd dat ik door een paar snelle fietsers werd meegenomen door het Limburgse heuvelland en overal gemakkelijk tegenop reed. Iets na 7 uur sta ik op en ontbijt om 8.00 uur met Sjef, de vriend van Tiny. Sjef heeft een heel verhaal, zit boordevol onvrede, heeft rheuma en slechte ogen waardoor hij is afgekeurd voor vrachtwagenchauffeur. Hij baalt erg van de ambtenarij. Het is een klaagzang waar ik een beetje moe van word, maar ik laat niets merken. Gelukkig heeft hij een kaart van me van Zuid-Limburg waarop ik de route van de Mergellandronde inteken die ik op internet gevonden heb. Daarmee moet het vandaag kunnen.
Als ik buiten kom is het koud. De thermometer geeft eerst -1 aan, later 0 en weer iets later 1 graad. Er ligt volop rijp en mensen die graag automobilist willen zijn, staan hartgrondig te schrappen wat blijkbaar niet meevalt. Het is mistig en daarom doe ik het voor- en achterlicht aan. Het is bitter koud op de fiets, voor het eerst heb ik ook echt koude handen. Gelukkig mag ik lekker klimmen naar Cadier en Keer waardoor ik snel warm word. Daar vind ik dat de Ronde van het Mergelland toch gewoon bewegwijzerd is. De route kronkelt en neemt diverse klimmetjes mee. Vooral bij Slenaken en in het Vijlzerbos moet flink geklommen worden. In afdaling rijd ik opeens zomaar 54 km per uur. Het lukt me om de fiets goed onder controle te houden. Tegelijkertijd bedenk ik dat het beter is om van de zomer op weg naar de Pyreneeën voor afdalingen toch maar een helm mee te nemen. De grammatica moet natuurlijk wel heel blijven! Ik pik natuurlijk ook de Vaalserberg mee, een flinke helling die ik bijna in het kleinste verzet moet nemen. In alle gevallen kan ik rustig in het zadel blijven zitten en peddelend boven komen.
Op het drielandenpunt staat een enorme toren die ik besluit te beklimmen. Ik kan met de lift, maar denk dat het goed is voor mijn benen die toch wat stijf zijn om de trap te nemen. Dat is zeker waar. Alleen: het mag dan goed voor mijn benen zijn, voor mijn hoogtevrees is het dat niet. Al snel ben ik boven de boomgrens. Omdat de trappen helemaal uit roosterachtig staal is opgebouwd kijk je tussen je voeten door zomaar een kleine 100 meter naar beneden. Ik bemerk dat ik bij elke tree voor me kijk of hij wel goed vast zit. Zo hecht ik blijkbaar aan het leven! Als ik boven kom, heb ik een prachtig uitzicht over Duitsland, België en Nederland en ben ik even de hoogste man van Nederland. Het hoogste punt van Nederland is het trouwens niet meer, nu de twee eilanden in het Caribisch gebied aan Nederland zijn toegevoegd, maar het voelt toch even als bijzonder om hier de allerhoogste te zijn. Met de lift ga ik weer naar beneden.
Ik fiets 500 meter terug waar een mooi restaurant is. Daar gebruik ik een uitgebreide lunch en probeer ik wat droog te worden. Niet dat het geregend heeft, maar de laatste klim naar het Drielandenpunt heeft toch wat zweetdruppels opgeleverd. Daarna fiets ik Vaals in, omdat mijn ketting telkens overslaat. Helaas zijn de fietsenmakers gesloten. Ik neem me voor om te leren hoe ik dat zelf kan verhelpen. Omdat ik graag nog wat in Maastricht wil rondkijken laat ik de Ronde van het Mergelland voor wat die is en besluit ik via de Landelijke Fietsroute Aaken-Maastricht terug te fietsen. Wat een mooie pad is dat! Vaak via onverharde en dan weer via piepsmalle verharde wegen op en neer door het Limburgse land. Er zijn erg veel wandelaars onderweg, meer wandelaars dan fietsers. Als ik Gulpen binnenrijd en op de klok kijk, besluit ik via de het fietspad langs de grote weg naar Maastricht te rijden. Er volgt een erg lange klim naar Cadier en Keer. Steil is de klim niet, maar wel lang. Ik rijd op mijn gemakje in een rustig verzet. Hele groepen kinderen komen me voorbij zetten. De school gaat blijkbaar net uit. Ze vinden dat ‘die ouwe’ maar langzaam rijdt. Zonder te versnellen haal ik ze gaandeweg allemaal in, nog altijd op mijn gemakje. Vanaf Cadier en Keer volgt een hele snelle en lange afdaling die me zomaar Maastricht binnen doet rijden.
Bij het station koop ik vast de kaartjes voor de treinreis van morgen. De prijs valt me erg mee, 27 euro voor mij en 6 euro voor de fiets. Daarvoor kun je niet met de auto gaan. Ik stal mijn fiets bij de Stationsfietsstalling waaraan een fietsenmaker verbonden zit. De stalling blijft tot 1.00 open, dus ik hoef me niet te haasten.
In de stad ga ik eerst naar de ANWB en VVV maar die hebben nog nooit van een fietsroute naar Santiago de Compostela noch van de fietsroute Langs oude wegen gehoord. Daarom duik ik de Dominicanerkerk in die boekhandel is geworden. Prachtig. Daar hebben ze alle fietsboekjes van de genoemde routes wel. Op een krukje ga ik uitvoerig zitten lezen. Net wat ik al dacht: de route Langs oude wegen spreekt me veel meer aan. Ik neem het besluit om komende zomer via die route naar de Pyreneeën te gaan fietsen en schaf beide boekjes aan. In een restaurant laat ik me heerlijk bedienen en eet ik een vorstelijke maaltijd. Ondertussen lees ik in de boekjes. Er valt te lezen dat men deze route niet moet gaan rijden met een achteruittraprem, met trommelremmen of rollerbrakes. Ik heb volgens mij schijfremmen, maar ik weet het niet goed. In Sneek maar eens vragen.

Als ik om half 8 bij de fietsenstalling aan kom, haalt de fietsenmaker mijn fiets op.
“Bent u helemaal uit Sneek komen fietsen?”
“Ja. Hoe weet u dat?”
“Ik kijk altijd op de sticker achterop waar de fiets vandaan komt”.
“Ik ben donderdag vertrokken en gisteren hier aangekomen”.
“Dat is knap. Het is een prima fiets die u heeft”.
“Dank u. Volgend jaar fiets ik er mee naar de Pyreneeën”.
De fietsenmaker verstijft en kijkt me strak aan: “Dat zou ik maar niet doen. U heeft rollerbrakes, daarmee kunt u niet de bergen in. Deze remmen lopen warm bij afdalingen die langer zijn dan twee kilometer.”
Ik werp tegen dat het volgens mijn fietsenmaker best kan, maar hij zegt: 
“U moet het echt niet doen. Vorig jaar ging iemand ook onderweg. Na een dag was hij weer terug en heeft bij mij een andere fiets gehuurd. Het kan echt niet.”
Hij wijst me een nieuwe Gazelle aan die wel geschikt is. Prijskaartje €999,-. Ik denk er het mijne van. Ik wil het eerst nog maar eens uitzoeken of het wel of niet kan. En als ik ooit een andere fiets ga kopen, dan geen Gazelle meer. Niet dat het geen goede fiets is. Maar wel dat ik inmiddels genoeg gelezen heb op internet om te weten dat er veel betere vakantiefietsen zijn dat zo’n op het oog vooral gelikte fiets als die van mij.
Om kwart voor acht ben ik terug bij Sjef en Tiny. Ze nodigen me uit voor een bakkie koffie. Het blijken vele bakken thee te zijn en voor een theeliefhebber als ik ben kan het eigenlijk niet beter. Tiny zit in het onderwijs, haar vriend heeft geen werk meer. Hij hobby’t in renpaarden die hij onder andere in Polen heeft gestald. Omdat ze het zat zijn in Nederland willen ze in Spanje gaan wonen. Met een volle theemaag ga ik naar bed en het duurt lang voor ik kan slapen. Vooral de fietsperikelen zitten me dwars.

 

Dinsdag 26 oktober, Maastricht – Akkrum per trein en Akkrum – Sneek per fiets, 21 km.

’s Morgens zit ik weer alleen met Sjef aan tafel. De klaagzang over het ellendige Nederland begint weer op volle sterkte. Dit keer sputter ik tegen, maar dat help niet veel. Even later zit ik op de fiets naar Maastricht. Om half 10 zit ik in de trein en om half 3 stap ik in Akkrum uit. Onderweg nog een heel gesprek met een mevrouw die later in het gesprek ook in Sneek blijkt te wonen. Op bekend terrein rijd ik van Akkrum langs het Margrietkanaal en het Sneekermeer naar huis, waar ik gastvrij word ontvangen. Het is heerlijk om onderweg te zijn. Het is fijn om weer thuis te komen.
De bovenbenen zijn behoorlijk stijf. Totaal heb ik 533 km afgelegd.

 

?Terug naar de pagina 'Ga toch fietsen!'


 


website van Aart C. Veldhuizen, www.aartveldhuizen.nl


Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK