De Cartoon van Kana - kerkdienst in Langweer, 18 januari 2015.

Inleiding op de lezingen.
In de nacht van donderdag op vrijdag droomde ik dat ik een kalasjnikov naast mijn stoel had liggen. We woonden in de doorzonwoning die we in Spijkenisse hadden. Ik zat in een grote draaistoel en ik draaide bewust de rugleuning naar het raam toe, in de hoop dat die de eerste kogels tegen zou houden. Ik keek naar het machinegeweer en aarzelde of ik de veiligheidspal er toch maar op zou zetten, want ja, de kinderen waren nog klein en liepen om me heen.
De droom schokte me toen ik wakker werd. Vroeger heb ik nooit in militaire dienst gewild. Ik verafschuwde alles wat met geweld te maken had en vond al dat wapengekletter van de Koude Oorlog belachelijk. Maar nu had ik in droom dus een machinegeweer naast mijn stoel liggen. 

Vandaag is het Kana zondag. We lezen als elk jaar op deze zondag het verhaal van de bruiloft te Kana. Een geweldig verhaal. Ik moet denken aan een man wiens vrouw plotseling overleed. Zomaar opeens een slokdarmbloeding. Ik kende hen niet. Niemand kende hen. Ze leefden afgezonderd, zelfs hun beide buren van de twee onder een kapwoningen waar ze woonden, kenden hen nauwelijks en vonden hen typisch. Ik kwam bij hem en zijn kinderen. Ik voelde het verdriet, maar voelde meer verdriet dan wat ik zag. Ik begreep het niet, er was daar nog wat anders, behalve het vreselijke plotselinge overlijden van zijn vrouw en hun moeder. Toen ik de begrafenisondernemer aan de lijn had, vertelde zij me dat ze datzelfde gevoel had. De volgende dat was ik er nogmaals. We gingen over de rouwdienst praten. Toen werd alles duidelijk. De man zei: “Ik wil dat u preekt over het verhaal van de bruiloft te Kana. Dat was onze trouwtekst: water wordt wijn. Ik wil dat u daar over preekt en dat u er bij zegt dat die wijn het probleem was van mijn vrouw. Mijn vrouw was verslaafd aan de drank, het was vreselijk. Overal verstopte ze flessen, zelfs in het park. En niemand mocht het weten. Zij ontkende het en schaamde zich er voor en ik schaamde me ervoor en onze dochters ook. Maar nu mag iedereen het weten. Ik wil dus dat u in de preek verteld dat dit onze trouwtekst was en dat mijn vrouw aan de wijn verslaafd is geraakt, en dat ze daarom aan een slokdarmbloeding is overleden. Maar ik wil ook dat u er bij zegt dat ik ook wil dat u over dat verhaal van de bruiloft te Kana preekt omdat ik er in geloof. Ik geloof dat water alsnog wijn kan worden, dat er toekomst is, voor haar en voor mij.
Zo gezegd zo gedaan. Toen ik in de kerk vertelde dat de overledene is overleden aan een overmatig gebruik van alcohol, zag ik mensen me intens aanstaren en daarna begrijpend knikken. Nu begrepen ze wat er aan de hand was geweest met dit gezin. En allemaal kwamen ze na afloop bij hem op bezoek. Nu waren ze welkom. Er was geen taboe meer. Het water was wijn geworden.
Het verhaal van de bruiloft te Kana vindt plaats op de derde dag, zo staat er. De derde dag is in het scheppingsverhaal de dag dat de vruchten op het land geschapen werden. Op die dag werd dus de druif geschapen. En op die dag staat tweemaal: en zie het was zeer goed. Welnu, op zo’n dag, dat de druif geschapen werd en op zo’n dag dat God tweemaal sprak ‘en zie het was zeer goed’ moet je trouwen. En dat deed men dan ook. Daarnaast is in de Bijbel de derde dag ook nog eens de dag geworden van een beslissende wending.
V
andaag, in een periode waarin de angst bewust wordt aangewakkerd door terroristen en waarin de media en politici onze angst nog veel meer aanwakkeren, tenminste zo lijkt het, op zo’n dag lezen we het paradoxale verhaal, dat daar waar het feest van het leven in het water dreigt te vallen, waar halverwege of al eerder de wijn op is, Jezus van water wijn maakt. Luister maar.

Lezing:  Genesis 1:1-8 en Johannes 2:1-11

We zingen Lied 527.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Na de volstrekte idioten die aanslagen voorbereiden en plegen en waarvan er Godzijdank weer een stelletje zijn opgepakt, schets ik u vanmorgen een cartoon. Nee schrik niet. De cartoon is niet gevaarlijk en roept geen agressie op. Er zal dus geen idioot met een machinegeweer komen binnenstormen. En trouwens, ik heb hier naast me natuurlijk nog die kalasjnikov. O nee, dat had ik gedroomd.....
Op de cartoon is de Franse president te zien met een glas wijn in de hand. Hij staat tussen wijnvelden. Naast hem staat zo’n typisch Franse wijngaardenier, met zo’n gedistingeerd puntbaardje en op zijn hoofd een grote strohoed. Hij heeft ook een wijnglas in de hand. Ze zijn niet alleen. Er staat ook een orthodoxe moslim op, ook met een baard, maar dan een volle zwarte, die van oor tot oor de onderkant van zijn wangen en kin bedekt. Hij heeft van die wijde kleden om en een tulband op zijn hoofd. Nee, dat is geen cake, maar zo'n ingewikkelde doek. Ook hij heeft een wijnglas in de hand. Vreemd. Staat er naast hem nou een orthodoxe Jood? Ja, verhip, met zo’n hoge zwarte hoed op die je bij ons alleen bij begrafenissen ziet. En van die lange pijpenkrullen en een gebedsmantel om zijn schouder. En dan ook nog een katholiek priester in zijn volle kerkkledij. Naast hem staat zo te zien een jonge Afrikaanse vrouw, zwaar gesluierd in iets wat zich bevindt tussen een burka en een niqab. Ze brengen een toast uit.
Wat zeggen ze? ‘Leve de vrijheid van meningsuiting?’ Tja, dat wordt deze weken alom gezegd en geroepen. Maar de leus schept verwarring bij me. Het lijkt wel dat we niet meer goed weten wat vrijheid van meningsuiting is. De laatste tijd denk ik dat vrijheid van meningsuiting verward wordt met het recht om te kwetsen, om te sarren, om de ander belachelijk te maken.
Ooit leerde ik als onderwijzer aan kinderen dat ze elkaar niet mochten pesten. “In mijn klas wordt niet gepest!” zo had ik als hoofdregel, “we hebben respect voor elkaar!” Maar het lijkt haast wel dat dat teveel jaren ’80 was. De overheid heeft het nog wel over welk anti-pestprogramma het beste is, maar tegelijkertijd vinden we al jaren het geen probleem meer als iemands diepste geloofsovertuiging belachelijk wordt gemaakt. Nee, ik kan me met deze uitleg van het begrip vrijheid van meningsuiting niet goed voorstellen dat de Franse president op mijn cartoon met een Imam, een Jood en een Moslima proosten op de vrijheid van meningsuiting.
Ik leg mijn oor op de cartoon, maar hoor niet waar ze dan op proosten. Nu ik mijn gezicht zo dicht op de cartoon heb, zie ik iets vreemds. Er staat ook zo’n ruwe jongen op, met zo’n Londsdale pet op zijn hoofd, het kenmerk van extreem rechts. Hij proost mee. Dit is krankzinnig. Zo’n extreemrechtse, voor wie zelfs Wilders nog te beschaafd is, uit wier kringen de idioot Anders Breivik afkomstig is, die mee toost met een orthodoxe Jood en twee orthodoxe Moslims? Dat is onmogelijk! 

Dat is precies wat er aan de hand is in de samenleving: we vinden het ondenkbaar dat zulke mensen samen het glas heffen. De wijn is op, halverwege opgeraakt. Een samenleving is wreed verstoord en blijkbaar is er ook wat aan voorafgegaan.
We kennen dat wel van het leven, dat de wijn op raakt, maar niet zo van de samenleving. In het leven gebeurt het wel. Je dacht dat het je zo goed ging en toen gebeurde er opeens iets waardoor alles op losse schroeven kwam te staan. Ziekte, relatieproblemen, een conflict dat je helemaal op eet, een depressie, een ongeluk. Of een broer op een dag zomaar uit wandelen gaat en niet meer terug komt en tot op heden niet is teruggevonden. Is het leven een feest? Ja, als het je goed gaat, dan wel. Maar al te vaak valt het feest in duigen. Is de wijn op, halverwege, of soms al eerder. 
“Jezus, doe iets!” fluistert Maria tegen Jezus. Jezus wijst haar af. “Mijn tijd is nog niet gekomen”, is zijn antwoord. Wanneer dan wel? Ze gaat naar de bedienden. Ze wijst op Jezus: “Wat hij jullie ook zegt, doe dat.” De bedienden zien wie er door Maria aangewezen wordt. Het is ene Jezus van Nazaret. Hij weet blijkbaar een oplossing? Maria denkt inderdaad van wel. Hij is het die ons kan redden van de situatie waarin we zijn beland? Dat zou mooi zijn. Ik stel me zo voor dat de bedienden de hele verdere tijd op Jezus zijn gaan letten. Het zou heel goed kunnen dat er daardoor geen werk meer uit hun handen komt. Zou het daarom zijn dat de zes stenen watervaten voor het reinigingsritueel niet vol meer zijn? Dat had wel gemoeten. Die zes stenen watervaten, waarvan we door opgravingen weten dat ze in steen waren uitgehouwen, dienen immers om voor en na iedere maaltijd de handen te spoelen. En op zo’n Joodse bruiloft die wel zeven dagen duren kon, werd heel wat afgegeten. Die vaten hadden goed vol moeten zitten. Ze hebben helemaal geen erg meer in die vaten gehad, omdat ze de hele tijd op Jezus hebben gelet, zo lijkt het. En dan komt Jezus op hen af. Hij zegt tegen de bedienden: “Vul de vaten met water.”
Veertien keer eerder heb ik over dit gedeelte gepreekt, maar het nog nooit zo gezien. De afgelopen week ben ik het gedeelte zo gaan lezen, want als ik het zo lees, valt alles op zijn plek. Ze kijken ze elkaar aan. “Verhip nog aan toe, we hebben zo op Jezus zitten letten dat we helemaal vergeten zijn om die vaten op peil te houden.” Daarom is het dat ze zonder enige aarzeling gaan doen wat Jezus zegt. Ze rennen met emmers heen en weer en vullen de in de rotsen uitgehouwen vaten tot de rand. 
Als ik het verhaal zo goed lees, dan roept Jezus hen dus op om het gewone te doen. Dat klinkt als: “Doe je ding. Blijf niet verlamd staan, als het allerergste je overkomt. Vestig niet je vertrouwen op een zogenaamde weldoener. Maar doe gewoon wat gedaan moet worden.”
Ik moet opeens denken aan de premier Jens Stoltenberg van Noorwegen, na de gruwelijke aanslagen van Anders Breivik, die extreem rechtse idioot die met een machinegeweer uit angst voor de Islam op een eiland 77 jongeren van de Noorse Partij van de Arbeid doodschoot nog maar net vier jaar geleden. Jens Stoltenberg zei toen: “Ons antwoord op dit geweld is democratie. Ons antwoord op dit geweld moet nog meer openheid zijn, nog meer vrijheid, om te laten zien dat we ons niet laten verslaan door dit geweld.” 
Ik vond en vind dat indrukwekkend en ik heb dat tot nog toe gemist in het debat rondom de aanslagen in Parijs. Marianne Thieme, de lijsttrekker van de Partij van de Dieren, zei afgelopen vrijdag in een interview in Trouw ook zoiets. Het sprak me ontzettend aan. Ze zei: “Ik stel mezelf de vraag: Waar kunnen we zelf invloed op hebben? Over terrorisme hebben we niet de regie, dat is niet maakbaar. Aanslagen kunnen we nooit voorkomen. Maar angst wel. Wij kunnen er zelf voor kiezen om niet de angst, maar ons verstand te laten regeren. Om de waarden waar we voor staan en de samenleving zo in te richten dat niemand zich buitengesloten hoeft te voelen.”
Dat is: vul de vaten met water. Blijf je gewone ding doen. Laat je niet terroriseren door angst. Laat je niet bang maken en laat je niet verlammen. Koop geen kalasjnikow om naast je stoel neer te leggen. Maar zet in op cohesie, gesprek, gemeenschap. Ga nog harder aan het werk om de onderlinge band van alle mensen om ons heen ter versterken. Doe nog meer je best om elkaar niet uit te sluiten, maar verdiep je in wat de ander beweegt
en ga daar over met elkaar in gesprek. 

Opeens zie ik die cartoon weer waar de president van Frankrijk met twee moslims, een Jood, een priester en een Londsdale jongere op iets een toast staan uit te brengen. Nee, ik weet nog altijd niet wat ze zeggen. Of toch? Hoor ik daar iets van: “Leve de democratie? Leve de vrijheid?” Maar dan voelt het nog niet helemaal goed, want ook aan ‘leve de vrijheid’ zou je het recht kunnen ontlenen om elkaar te mogen kwetsen. Ik kom dichterbij, ik kijk nog eens goed. Er is wat met die glazen waarmee ze proosten. Er zit geen wijn in.
Maar dat is belachelijk. Proosten met een leeg glas? Moeten wij dan proosten met onze leegheid? Moeten we een toost uitbrengen over het feit dat in ons leven ook zo vaak al halverwege de wijn op is? Valt er dan wat om op te proosten als een democratie aan puin geschoten lijkt te worden? Ik kom dichterbij om dit wondere schouwspel te bezien, want wie proost er nou met een leeg glas? Maar dan zie ik dat het glas helemaal niet leeg is. Dat lijkt maar al te snel, dat het glas leeg is. Denken wij te snel dat ons glas leeg is? Zijn we te snel met verlamming geslagen? Gaan we te snel over tot een gevoel van verlamming of angst? Dat zou wel eens de boodschap van het Bijbelgedeelte kunnen zijn.
Ik zet mijn leesbril op het puntje van mijn neus en houd de cartoon onder een lamp om het nog beter te kunnen zien. Dan zie ik het: er zit water in het glas. Maar dat is krankzinnig. Proosten ze met een glas water? 
Dat is inderdaad de boodschap van het verhaal van vanmorgen: proosten met een glas water. Het is een boodschap in etappes. De eerste boodschap is het woord van Jezus aan de bedienden op het feest: “Vul de vaten met water”. Dat klinkt als: “Doe gewoon je ding. Laat je niet gekmaken, laat je niet meeslepen, maar doe gewoon je ding”. In onze tijd, in een tijd en een land en een werelddeel waar vol lijkt te worden ingezet op het scheiding aanbrengen tussen mensen die deugen en mensen die niet deugen, tussen zogenaamd normale mensen en moslims, klinkt dat als: “Zoek elkaar op, maak verbinding, ga met elkaar in gesprek, behandel elkaar met respect, zeker in het dorp waar je woont, wees open en geef elkaar de vrijheid.”
Weet u wat dat is? Dat is gewoon medemens zijn. Door te verlammen in een angstig en wantrouwend samenleven zouden we dat vergeten: medemens zijn. Gewoon je ding blijven doen dus. Water scheppen, maar voor je het weet, vergeten we het zomaar. En daarom komt daar de tweede boodschap over heen, de boodschap van Jezus: “Schep er van en breng dat naar de ceremoniemeester”.
Ze doen het. Ze scheppen van het water en brengen het naar de ceremoniemeester. Hij proeft er van en zegt: “Deze wijn is nog beter dan de vorige”. 
En opeens begrijp ik dat de cartoon waarmee ik deze preek begon helemaal geen cartoon is. Het is een schets van het Koninkrijk van God. Het is een echo van al die woorden en verhalen waar Jezus zegt dat het Koninkrijk van God niet ver weg is. Het is niet verdwenen nadat er iets vreselijks is gebeurd. Het Koninkrijk van God
is daar waar mensen gehoor geven aan de oproep van Jezus om je ding te blijven doen, om gewoon water te scheppen, op je plek te blijven, klaar te staan voor elkaar. Waar dat gebeurt, wordt water wijn.

Als ik nog een keer naar het plaatje kijk, zie ik waar ze staan. Ze staan niet op een wijngaard in de Bourgogne, maar op de Karmel, de berg die in zoveel Bijbelverhalen voorkomt, en die de Karmel heet, de carem ‘el, de wijngaard van de Heer. Daar staan ze, in deze prent van het Koninkrijk van God. Ze brengen een proost uit
zetten het glas met water aan hun lippen en zeggen: 
de wijn van het Koninkrijk, voor jou!

Moge het zo zijn.

​Terug naar alle preken


website van Aart C. Veldhuizen, www.aartveldhuizen.nl


Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK