11 januari 2011: Bottenbley’s prekenserie over Openbaring en de wederkomst.

Als jongere heb ik me enkele jaren bewogen in wat je de Evangelische richting zou kunnen noemen. Ik las alles wat ik aan Evangelische literatuur onder ogen kon krijgen. Vooral boeken van Hall Lindsey. Hall Lindsey was één van de best verkochte Evangelische schrijver en was ontzettend duidelijk. In één van zijn boeken (naar ik meen in ‘de planeet die aarde heette’, maar ik heb het boek niet meer) rekent hij voor wanneer de wederkomst van Jezus zou zijn. Hij baseert zich op Mt.24:32-34. Het gaat daar over de vijgenboom die weer zal gaan uitlopen als teken dat de zomer nabij is. “Welnu”, zo sprak Hall Lindsey, “die vijgenboom is Israël en het uitlopen van de vijgenboom is de terugkeer van het volk Israël naar Palestina. Dat was in 1948. Omdat er in het volgende vers staat dat dit geslacht geenszins voorbij zal gaan voordat dit alles is geschied, en een geslacht in de Bijbel 40 jaar is, zal de wederkomst in 1988 zijn.” Ik was onder de indruk, maar helaas. 1988 ging voorbij zonder opzienbarende hemelse gebeurtenissen. Hoewel: ik trouwde dat jaar met Selma en Selma met mij. Zou Hall Lindsey dat dan bedoeld hebben? Dat lijkt me toch al te sterk. Later ontdekte ik dat je zo de Bijbel niet moet lezen. Als de HEER in de Bijbel had willen zeggen wanneer Jezus terug zou komen, had Hij daar niet zo cryptisch over moeten doen, maar had Hij beter een hemelse dienstregeling kunnen openbaren. Nee, de Bijbel is geen puzzelboek en exegese en Bijbelstudie doe je niet met een rekenmachine.

Ik kom er op, omdat ik in het Friesch Dagblad lees dat Collega Bottenbley (Drachten) een serie preken gaat houden over het boek Openbaring. Tot mijn verbazing zegt ook hij dat de wederkomst binnenkort zal zijn, waarbij hij dezelfde redenering gebruikt als indertijd Hall Lindsey over Mt.24:32-34. Op ‘google’ zie ik dat Bottenbley zegt dat hij de wederkomst nog gaat meemaken. Ik krijg zo’n donkerbruin vermoeden waar de prekenserie uit Openbaring over zal gaan en het lijkt er op dat het boek Openbaring opnieuw als een soort cryptogram gelezen gaat worden.

Ooit preekte ik zelf een half jaar uit het boek Openbaring. Ik ben het boek Openbaring gaan waarderen als het steken van een hart onder de riem. Nee, niet als een ingewikkeld spoorboekje van ‘onze lieve Heer’, maar als woorden van troost te midden van onderdrukking. Vol Oudtestamentische en Apocalyptische beelden worden ons in het boek Openbaring telkens weer andere beelden en verhalen voorgeschoteld. Al die beelden en verhalen willen ons “helpen om gelovig en niet geïntimideerd door machten en machtigen te leven”. Dat is een citaat van Eugene H. Peterson op de achterflap van diens prachtige ‘Laatste woorden – de Openbaring van Johannes en de biddende verbeelding’. Aanbevolen voor wie een goed te lezen en mooi boekje over de Openbaring wil lezen. Elders in hetzelfde boekje schrijft Peterson: “Alles wat we in de Openbaring vinden, vinden we ook in de voorafgaande 65 Bijbelboeken. De Openbaring voegt niets wezenlijk nieuws aan onze kennis toe. De waarheid van het evangelie is al volledig geopenbaard in Jezus Christus. Over dat onderwerp valt niets nieuws meer te zeggen. Maar er is een nieuwe manier om hetzelfde te zeggen. Ik lees de Openbaring niet om meer informatie te krijgen, maar om mijn verbeelding te doen herleven.”

Weet iemand wanneer het Bijbelboek Openbaring weer op het leesrooster van de kerken staat? Ik kan bijna niet wachten.

Ave.


website van Aart C. Veldhuizen, www.aartveldhuizen.nl


Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK